Viermaal schreef Rob Nieman de Sportklasse in de Supercar Challenge op zijn naam, maar zo wil hij dat niet geformuleerd hebben. “Als team zijn we in 2008, 2012, 2019 en 2024 kampioen geworden en toevallig staat mijn naam op de zijruiten,” corrigeert hij de boodschap. Het typeert Spirit Racing, dat al sinds mensenheugenis kan terugvallen op een trouwe club van 24 vrijwilligers. “Als je ze het gevoel geeft dat dit van allemaal is, levert iedereen een grote toegevoegde waarde.”

Photo: Rob Eric Blank
Het klinkt als de wijsheid van iemand die verstand heeft van organisatie(s) en dat blijkt te kloppen, want in het dagelijks leven helpt en houdt Nieman als adviseur ondernemingen op de rit. Een bedrijvendokter? “Zo mag je noemen, als je maar geen gewichtige Engelse term gebruikt. Ik wil vooral niet belangrijk doen, ook in het racen niet. Laten we, op z’n Noord-Hollands, met beide benen op de grond blijven staan.” Toevallig gebeurt dat wel in het mooiste dorpje van Nederland: Twisk. “Althans, volgens de ANWB, in het verleden,” lacht Nieman. Hij en zijn racegezelschap worden overigens nog wel eens verward met die renstal aan de andere kant van het land. “Dan krijg ik een bericht van een kennis, die de vrachtwagen van Niemann Autosport zag rijden: ‘Hé, was je weer onderweg?’ We vinden elkaar hartstikke aardig, maar er ligt geen relatie met ons team Spirit Racing.”

Photo: Rob Eric Blank
Het werpt de vraag op hoe de Twisker (zoals dat lokaal heet) zijn tijd verdeelt tussen bedrijven ondersteunen en autosport beoefenen. “Wanneer je het klokje als leidraad neemt, stop je morgen. Je moet niet kijken naar de uren, maar naar het plezier. Dat we met de hele club een avondje gaan eten en bowlen. Samen een stevig biertje pakken, want daar houden we hier in West-Friesland van.”

Photo: Rob Eric Blank
Iets dat niemand kon
De roots van Spirit Racing gaan terug tot eind jaren negentig en zo loyaal als alle betrokkenen aan elkaar zijn, zo trouw blijft het team ook aan het merk Renault. “De liefde daarvoor ontstond in de tijd dat ik voor de organisatie in Nederland werkte, op dealer- en importeursniveau. In die hoedanigheid kwam ik in aanraking met Renault Sport in Dieppe en de contacten die ik daar opdeed, daar heb ik nog steeds plezier van. Kijk, wij werken een beetje anders dan andere teams. We racen niet met een standaard-cupproduct, maar bouwen zo’n auto helemaal om. Hoe leuk is het dan als blijkt dat je iets snellers hebt gemaakt dan de fabrieksversies? Ik weet nog hoe we tien jaar terug met de Supercar Challenge op Spa-Francorchamps reden in hetzelfde weekend als de Europese Clio Cup met het type IV, terwijl onze III harder ging. Daar liepen allemaal mensen van Renault Sport rond, die nieuwsgierig een kijkje kwamen nemen. Ze zagen tot hun verbazing dat wij iets gemaakt hadden dat volgens niemand kon: de complete aandrijflijn en elektronica van een IV in een III leggen. Daarom noemen we dit nu een Clio VII. Het klikte wel en dat werkt tot op de dag van vandaag door, want we doen vaak een beroep op een engineer – toevallig degene die zich tegenwoordig met de Mercedes-AMG van Verstappen bezighoudt – die alle software kan analyseren en optimaliseren. Gewone stervelingen zoals wij komen de ECU niet in, maar hij wel. Even de snelheid van de pitlimiter aanpassen voor een circuit? Hij regelt het.”

Helemaal in vastbijten
Even terug naar de ontstaansgeschiedenis van Spirit Racing. Nieman: “In 1997 kocht een dealerklant van mij een Audi met quattro-aandrijving en daar kreeg hij een ijstraining in Finland bij. Helemaal opgestegen keerde hij terug, met de vraag of ik activiteiten voor hem en zijn relaties op het circuit zou willen organiseren. In een onbewaakt ogenblik zei ik ‘ja’ en daarop kocht ik van Equipe Verschuur een Renault Clio I. Niet gehinderd door enige technische circuitkennis gingen we aan de slag, maar ik zit wel zo in elkaar dat als ik iets mooi vind, dat ik me er dan helemaal in vastbijt en alles wil verbeteren. Op een gegeven moment stond de auto helemaal op punt, maar boekte de rijder geen progressie meer. ‘Stap jij eens in,’ zeiden de jongens van het team tegen mij. Vanaf dag één bleek ik sneller, wat vooral kwam door een andere instelling. Mijn klant huldigde de Olympische gedachte, terwijl voor mij de nummer twee de eerste verliezer is. In 1999, ons derde jaar bij de DNRT, kreeg ik het team ter overname aangeboden, inclusief de hele inventaris. Van 2001 tot en met 2003 werden we driemaal op rij kampioen in de Sportklasse en grappig genoeg zijn we daar altijd in blijven hangen, alleen dan sinds 2005 – en incidenteel al sinds 2001 – in de gelijknamige divisie bij de Supercar Challenge.”

Photo: Rob Eric Blank
Kleine wesp
Sindsdien behoort Nieman met zijn crew tot het meubilair bij de competitie van V-Max. “Toen we ermee begonnen, was het eigenlijk te duur voor ons, maar het smaakte zo verschrikkelijk goed om voor tribunes vol mensen te racen in een heel gedifferentieerd veld. Iedereen investeerde in die tijd in dikke auto’s, zoals de Ferrari’s van VEKA. Daar zaten wij dan als kleine wesp met onze toenmalige Clio II en later Clio III tussen. Het noopt ons tot het aantrekken van sponsoren, maar die konden en kunnen we ook echt wat bieden. Ze verwachten een bepaalde uitstraling: mooie, serieuze en grote evenementen waar een hoop te zien valt, zoals Jack’s Racing Day, waar op zaterdag en zondag onze box helemaal vol zit met onze sponsoren en hun relaties. Dat we na al die jaren nog steeds grotendeels dezelfde partners hebben, zegt wel iets.”

Ook hier dus een vorm van trouw, net als bij de vrijwilligers. Nieman kan niet genoeg benadrukken hoeveel waarde hij hecht aan zijn ‘club van 24’. “Twaalf techneuten, twee data-analisten, één constructeur, drie man voor de logistiek en drie voor de catering, een bandenspecialist, een sponsorbegeleider en mijn vrouw die voor het team zorgt. O ja, daarnaast de twee coureurs: behalve mij ook Christian Dijkhof. Hij neemt de komende races de plaats in van Richard Meester, die wellicht halverwege het seizoen het stuur weer beetpakt.”

Troep opsnuiven
Waar teamgenoten die een stoeltje boeken de voorkeur geven aan een moderner uitziende Renault Clio IV, houdt de organiserende kracht van Spirit Racing stug vast aan het oudere model. De Clio VII, die bij de Sportdivisie van de Supercar Challenge de toeschouwers op het verkeerde been zet. “Mensen die kijken snappen soms niet hoe we dezelfde rondetijden klokken als zescilinder-BMW’s. Wat ik op het rechte stuk laat liggen, maak ik in de bochten weer goed. Dat zit hem niet alleen in de 1.6-turbomotor met sequentiële versnellingsbak, maar ook in het Intrax-onderstel, de vlakke bodem en de superlichte carrosserie.”

Over die laatste heeft Nieman een mooie anekdote. “Via mijn contacten bij Renault Sport kwam ik terecht bij een bedrijf in Zuid-Frankrijk waar ze kunststof bodypanelen op maat maken. Nou, dan hebben wij het in Nederland over milieu en volksgezondheid en staan daar mannen in de schuur de hele dag die troep op te snuiven. Eentje, met al aardig wat wijn in zijn giechel, liet daar een bijzondere theorie op los: ‘Ik rook, dus dat blijft allemaal hangen.’ Op de terugweg zeiden wij tegen elkaar: ‘Laten wij ervoor zorgen dat we dat nooit gaan doen.’ Ik vraag me af of na al die jaren iemand van die Fransen nog leeft…” Dan toch liever de duurzame (Noord-)Hollandse gedachte, die de geest van Spirit Racing al bijna drie decennia fris en scherp houdt.
Meer informatie: www.supercarchallenge.nl / www.spirit-racing.nl
Tekst: Aart van der Haagen & foto’s: Rob Blank


Wil jij ons magazine ook lezen? Meld je dan aan via “bestellen” op onze website: www.start84.nl

























