Zakspeed 871 F1 in werkplaats Radical Nederland: grote geile getallen

Een Formule 1-wagen begeren we natuurlijk allemaal en de grootste guilty pleasure is er eentje uit het turbotijdperk. Echter, de happy few die er zich eentje kunnen veroorloven en er af en toe mee willen spelen mijden deze machines met hun delicate motoren als de pest. Eddie van Dam niet. Hij wist de hand te leggen op de originele Zakspeed 871 waarmee Martin Brundle in 1987 twee WK-punten scoorde tijdens de Grand Prix van San Marino. Van de specificaties ga je watertanden.

Dolgraag zouden we de Duitse Formule 1-bolide in de werkplaats van Radical Nederland even horen blèren, maar de eigenaar raadt dat ten stelligste af. “Zonder gehoorbescherming houd je daar gegarandeerd iets aan over. In die tijd maakte niemand zich druk om enige vorm van demping.” Je zou het er bijna voor over hebben, maar toch liever niet, want dan mis je naderhand een hoop ander moois. Denk niet te licht over een viercilindermotor met een inhoud van 1495 cm3, want de wonderdokters van Zakspeed wisten daar in kwalificatiemodus 1400 pk bij 11.000 tpm uit te toveren. WTF! In de normale wereld vinden we 100 pk per liter al respectabel, maar hier gaat het zowat richting de 1000 pk per liter. Omdat dat een extreem spanningsveld oplevert met het uithoudingsvermogen c.q. de levensduur, schroefden de techneuten in Niederzissen (niet ver van de Nürburgring) het vermogen voor de wedstrijden terug naar 831 pk bij 9000 tpm, wat nog altijd niet meelijwekkend is, zeker niet wanneer je bedenkt dat de 871 met zijn koolstofvezel monocoque slechts 560 kilogram weegt. Zonder vleugelwerk zou hij binnen mum van tijd opstijgen en ergens landen waar je dat absoluut niet wilt.

Duitse humor
Eddie van Dam zat in de jaren tachtig aan de tv gekluisterd wanneer een Formule 1-verslag geprogrammeerd was. “Het tijdperk van Nigel Mansell, Alain Prost en later Ayrton Senna heeft diepe indruk op mij gemaakt. Ik herinner me de Zakspeed 871 wel, bekend van de rood-witte West-livery. Die werd overigens later, na het intreden van het verbod op tabaksreclame, omgedoopt tot East.” Wie beweerde daar dat het de Duitsers aan humor ontbreekt? “O, die hebben ze wel, alleen zit het allemaal wat dieper weggestoken. Ik ben pas trouwens op bezoek geweest in Antweiler, in de buurt van de Nürburgring, waar Zakspeed nog altijd zijn business runt. Tegenwoordig onder leiding van Peter Zakowski, zoon van oprichter Erich. De focus ligt nu op het levend houden van de legende. Zo kun je er nieuwe Escorts Groep 2 en Capri’s laten bouwen, precies zoals de superdikke machines waarmee het team – veelal in opdracht van Ford – in de jaren zeventig faam maakte in de toerwagenracerij. Op verzoek van klanten worden ze bovendien geservicet tijdens wedstrijden in de historische autosport. Die dingen schijnen nu onwijs populair te zijn.”

Little Ferrari
Het Formule 1-avontuur van Zakspeed duurde niet bijster lang: van 1985 tot en met 1989, waarin de renstal een schamele twee punten wist te vergaren. Dat gebeurde tijdens de Grand Prix van San Marino in 1987, met de begenadigde Britse coureur Martin Brundle achter het stuur van het type 871. Hij finishte als vijfde, twee plaatsen voor zijn Duitse teamgenoot Christian Danner in een identieke bolide. “Het team werd op de paddock bestempeld tot ‘little Ferrari’, omdat het net als de Italianen alles in eigen huis ontwierp en realiseerde, van de monocoque en de wielophanging tot en met de motor,” weet Eddie van Dam. “Best een unieke situatie, zeker voor een renstal uit Duitsland.” Tijd voor de grote geile getallen, waarvan we er al een paar noemden. “De ingenieurs keken goed naar andere turboblokken uit die tijd, vooral die van Brian Hart, alleen lukte het Zakspeed wél om zijn versie betrouwbaar te krijgen. De cilinderkopbouten lopen helemaal door tot in de dry-sump en om elke individuele cilinder zit een soort koelring. Er was heel veel ontwikkelingswerk nodig om vier bar turbodruk aan te kunnen. Toch ligt de compressieverhouding hoog, wat betekent dat de motor alleen benzine met een octaangetal van 140 lust. Hij heeft een joekel van een turbocompressor, waarmee je de hele Zuiderzee zou kunnen leegpompen.”

Angst voor spionage
Niemand wint het aan de Stammtisch nog van Eddie van Dam, die als een kind zo blij is met zijn recente aanwinst. “Oude Formule 1-wagens komen niet vaak te koop en als er al eentje aangeboden wordt, betreft het bijna altijd een rollend chassis zonder aandrijving, slechts geschikt voor showdoeleinden. Teams houden hun motoren achter om ze op de plank te leggen of te vernietigen, uit angst voor spionage.” Overlevers uit het turbotijdperk met alles nog aan boord moet je helemaal met een lampje zoeken. “Eerder vind je jongere auto’s op internet, vaak met een Cosworth-blok, dat door de fabriek nog gewoon geserviced wordt. Dat maakt de zaak een stuk toegankelijker, want anders heb je al een serieus team en heel specifieke tools nodig. Vandaar dat de prijzen van Formule 1-wagens uit iets latere jaren skyhigh gaan. De turbotypen brengen ook serieus geld op, maar minder. Kopers die er iets op een historisch evenement mee willen doen vinden de geringere mechanische betrouwbaarheid toch een dingetje. Bij een lagere turbodruk, ergens tussen de 2 en 2,5 bar, blijft deze Zakspeed-motor echter heel en kun je er een aantal uren flink mee rijden. Dan is de onderhoudsinterval te overzien en heb je evengoed nog bijna 700 pk.”

Grand Prix Historique
Een halfjaar geleden wist Van Dam nog helemaal niet dat hij een Zakspeed 871 of iets soortgelijks zou gaan kopen. “Het verhaal begint bij de aanschaf van een klassieke Formule Renault door mijn zoon Melvin, die hij samen met een vergelijkbare auto van een klant in de werkplaats van zijn bedrijf Radical Nederland wilde klaarmaken voor de Grand Prix de France Historique, begin mei op Circuit Paul Ricard. Dat idee werd redelijk laat geboren, ergens in januari of februari jongstleden. Als het zou lukken, prima, maar het was geen kwestie van moeten. Uiteindelijk ging de klant die kant op en hadden de jongens de auto van Melvin niet op tijd klaar. Intussen zat ik al een beetje te zoeken naar een rijdbare formulewagen. Uiteindelijk liet ik dat los, maar rond de Grand Prix de Monaco Historique eind april begon het toch weer te kriebelen en prompt vond ik op de website Sportwagen.de deze Zakspeed 871 bij een Duitse verzamelaar. Dé auto waarin Martin Brundle in 1987 reed.”

In de cockpit passen?
Bij de bezichtiging wilde Eddie van Dam allereerst een belangrijke vraag beantwoord zien, namelijk of hij in de cockpit zou passen. “Ik ben 1,85 meter lang en ik schat zo in dat de gemiddelde coureur in de jaren tachtig niet boven de 1,75 meter uitkwam. Het gaat me straks lukken om aan boord te kruipen, maar dan moet ik wat kilo’s kwijt en door de mannen van Radical Nederland de pedalenset een centimeter of vijf laten verplaatsen.” Van Dam sloeg niet meteen toe, maar gunde zichzelf de tijd om huiswerk te doen. “Ik wilde bevestigd hebben dat ik met de Zakspeed mag rijden op aansprekende evenementen. Bij de Grand Prix de Monaco Historique zijn sinds dit jaar auto’s uit het turbotijdperk toegestaan en dat geldt dus ook voor deze. Er zit een verlopen FIA Historisch Technisch Paspoort bij, dus moet ik dat opnieuw aanvragen. Verder kon ik bij aanschaf een heleboel reserveonderdelen en een extra motor meenemen en heb ik de toezegging van Zakspeed gekregen dat het mij ondersteunt waar nodig. Mechanisch hoeven we niks te rebuilden; het is hoofdzakelijk een kwestie van de vloeistoffen vervangen en de juiste set-up bepalen. Naast de evenementen in Frankrijk en Monaco wil ik de auto gaan inzetten tijdens de Historic Grand Prix Zandvoort en de Tabac Classic GP Assen.” Tóch weer iets met roken. Wordt het West of East?

Meer informatie: www.radicalnederland.nl

Tekst: Aart van der Haagen & foto’s: PR

𝗪𝗶𝗹 𝗷𝗲 é𝗰𝗵𝘁 𝗻𝗶𝗲𝘁𝘀 𝗺𝗶𝘀𝘀𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗡𝗲𝗱𝗲𝗿𝗹𝗮𝗻𝗱𝘀𝗲 𝗮𝘂𝘁𝗼𝘀𝗽𝗼𝗿𝘁? 𝗪𝗼𝗿𝗱 𝗱𝗮𝗻 𝗮𝗯𝗼𝗻𝗻𝗲𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗦𝗧𝗔𝗥𝗧 ‘𝟴𝟰, 𝗵é𝘁 𝗺𝗮𝗴𝗮𝘇𝗶𝗻𝗲 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗶𝗲𝗱𝗲𝗿𝗲 𝗮𝘂𝘁𝗼𝘀𝗽𝗼𝗿𝘁𝗹𝗶𝗲𝗳𝗵𝗲𝗯𝗯𝗲𝗿.