Autosportfotograaf Frits van Eldik moet áltijd presteren: “Dit stressvolle bestaan vind ik heerlijk”

Onder druk wordt alles vloeibaar. Het zou de lijfspreuk van Frits van Eldik kunnen zijn. Nederlands bekendste en meest productieve autosportfotograaf rent en vliegt van hot naar her, maar nooit als een kip zonder kop. “Eerst nadenken. Weten wat je wilt maken en daarvoor een plan opzetten. Ik moet altijd presteren, want niet leveren aan mijn opdrachtgevers is geen optie. Het geeft stress, maar dat ervaar ik niet zo, want ik geniet ervan. Nog altijd.”

Gevraagd naar zijn leeftijd laat Van Eldik een korte stilte vallen. “Eh… 57, maar ik voel me 35. Tenminste, mentaal. Iedere dag nieuwe dingen creëren, dat blijft erin zitten. Ik moet er niet aan denken om te stoppen.” Fysiek ligt het anders. “Eigenlijk moet ik een nieuwe heup. Dit vak sloopt je. Sinds ik in 1991 als professionele autosportfotograaf aan de slag ging, was het altijd klimmen, klauteren en lopen met veel te zware apparatuur op de rug, die destijds veel meer woog dan nu. 17 à 18 kilogram, hebben we weleens uitgerekend. Met de lichtere lenzen van tegenwoordig scheelt het een heel stuk, maar het kwaad is al geschied. In dit vak slijt je lichaam net wat meer dan bij iemand die verzekeringen verkoopt vanuit een callcenter.” De coronaperiode gaf een wake-upcall. “Ik merkte dat ik me fysiek veel beter ging voelen en toen dat doordrong, sprak ik met mezelf af dat ik minder hooi op mijn vork zou gaan nemen. Dertig weekenden per jaar op pad gaan, dat doe ik niet meer. Trouwens, het slokt veel meer tijd op, want als er een Grand Prix op de agenda staat, vertrek je woensdag en keer je maandag terug. Volgt er de week erna weer een wedstrijd, dan ben je alleen op dinsdag thuis. Ik dacht: ‘Hoe kan ik mijn brood verdienen zonder telkens te reizen?’ De sleutel lag in het verkopen van mijn beeld als kunst. Tegenwoordig kom ik niet meer aan twintig raceweekenden per jaar en liever Formule 2 en 3 dan Formule 1, want daar is het tenminste niet zo overbevolkt met mensen die hun beeld voor veel te weinig geld verkopen.”

Beste leerschool
Frits van Eldik had al vroeg genoeg een plan. “Naast het runnen van een Fiat- en Lancia-dealer fotografeerde mijn vader voor de hobby. In de winter bouwde hij de keuken regelmatig om tot een doka en ik vond het fascinerend om te zien hoe hij een vel papier in een bak met vloeistof gooide en daar een foto uit haalde. Op mijn 11e kreeg ik van de monteurs in de garage de vraag wat ik later zou willen worden. ‘Ik ga racewagens fotograferen,’ antwoordde ik. Dat wist ik toen al zeker. Ik mocht met hen en met oudere vrienden mee naar kartbanen, rally’s en naar de Grand Prix van Zandvoort, in 1981. Dat werd mijn beste leerschool. Ik leende het toestel van mijn vader en nam één filmrolletje van 36 opnamen mee. Aan het eind van de toegangsweg richting het circuit had ik het al helemaal volgeschoten en zo zeulde ik de hele dag de camera voor niks mee. De les die ik daaruit leerde, pas ik nog steeds toe: eerst nadenken, weten wat je wilt maken en daarvoor een plan opzetten. Tegenwoordig zie ik allerlei enthousiastelingen 10.000 foto’s schieten en die zoeken ze dan op hun gemak uit, om ze een weekend later op sociale media te posten. Ik moet binnen een uur na afloop van een training of een wedstrijd mijn materiaal aanleveren bij opdrachtgevers. Hoe minder, hoe makkelijker het uitzoeken wordt.”

Selfmade
De hobby ontwikkelde zich tot een beroep. “Thuis richtte ik een permanente doka in, want dan kon ik met de Paas- en Pinksterraces op zaterdag fotograferen, op zondag ontwikkelen en afdrukken en op maandag rondlopen door de paddock om te proberen voor tien gulden mijn foto’s aan coureurs te verkopen. De grap was dat zij deze tijdens interviews lieten zien aan journalisten, die vervolgens mij benaderden met de vraag of ze het materiaal mochten gebruiken in een tijdschrift of krant. Zo kwam ik terecht in het systeem van publiceren.” Van Eldik is honderd procent selfmade. “Ik haalde boeken bij de bibliotheek om me in de materie te verdiepen en ging aan de slag. Regelmatig schreef ik per foto de camera-instellingen op en zo kon ik later terugzien wat ik gedaan had. In het begin vertelden mensen me dat als ik actie wilde vastleggen, ik een korte sluitertijd van 1/2000 moest gebruiken. Het werkt in de praktijk heel anders, want als je dat doet, lijkt het net alsof een auto geparkeerd staat. Wanneer ik de naam Pirelli op de banden kan lezen, vind ik dat rete-irritant. Ik begon te experimenteren met steeds langere sluitertijden en dan krijg je een bewogen achtergrond en draaiende wielen. Dát wekt het effect van snelheid op.”

Publicatiewaardig
In januari 1991, op zijn 21e, kreeg Van Eldik een baan bij Van + Van Publiciteit. “Daar moesten ze nog beginnen met het opzetten van een afdeling fotografie, dus hoefde ik er het eerste jaar niet op te rekenen dat ik zou gaan reizen. Nou had ik als jongetje de stripboeken van Michel Vaillant gelezen en doelen gesteld: de Grand Prix van Monaco, de 24 Uur van Le Mans en de Indy 500. Het ging sneller dan mijn werkgever dacht, want in juni 1991 was ik bij alle drie al geweest en daarna zou de trein nooit meer stoppen. Hoe dat werkte? Marlboro, de belangrijkste opdrachtgever op dat moment, organiseerde persreizen naar deze evenementen en er moest een fotograaf met de journalisten mee. In 1998 begon ik voor mezelf, maar ik heb vooral heel veel te danken aan die eerste zeven jaar van mijn carrière. Een grote happening was de Masters op Zandvoort, vanaf 1991. Alle vijftien seizoenen lang werd ik ingehuurd voor fotografie en de coördinatie daarvan bij collega’s. Dat betekent plannen uitdenken en die realiseren. Je kunt de sticker op een auto plakken, maar een plaatje moet publicatiewaardig zijn. Dan ga je dus niet een coureur in een Marlboro-pak bij een auto in Marlboro-livery met een Marlboro-reclamebord op de achtergrond vastleggen. Lange tijd was mijn meest gepubliceerde foto er eentje van Jos Verstappen, die in 1993 de Masters won en de uitloopronde reed met de Nederlandse vlag. Die hadden we speciaal voor dat doel gekocht. Als hij zou winnen, moest dat rood-wit-blauw erbij.”

Commerciële partijen
Volgens Frits van Eldik verschilt de realiteit sterk van het beeld dat mensen van het vak hebben. “Als de vrije training voor de Dutch Grand Prix om half één begint, denken ze dat je vijf minuten van tevoren naar je plek langs de baan kunt lopen. In werkelijkheid begin ik ’s ochtends om zeven uur al, los van het feit dat ik weken eerder al begonnen ben met het verkennen van de baan en het maken van mijn plan. Vanaf half negen vervul ik de eerste opdrachten voor sponsoren, zoals het vastleggen van momenten met belangrijke relaties die een pitwalk maken en een rondje met een coureur meerijden. Natuurlijk schiet ik graag gave actiefoto’s tijdens de Grand Prix zelf, maar bij de media zit tegenwoordig zo weinig budget dat ik de commerciële partijen absoluut nodig heb. Als ik naar Australië vlieg, maak ik alleen al 4500 euro aan kosten voor de reis. Zou ik hetzelfde bedrag verdienen, dan is het niet rendabel. Het liefst maak ik foto’s die ik zelf graag aan de muur zou hangen en voel ik de spanning wanneer ik op Le Mans een opdracht op het gebied van catering uitvoer, terwijl ik buiten boven de baan een prachtige zon zie ondergaan. Het is dus niet alleen maar racen, maar ook alles eromheen en daar haal ik net zo goed een geweldige voldoening uit. Ik moet hoe dan ook leveren, dus presteren. Het betekent een stressvol bestaan, maar dat vind ik heerlijk, waar veel collega’s juist om die reden uiteindelijk afhaken.”

Grote liefde
De passie voor het vak drijft op spanning, maar ook op talloze prachtige herinneringen, bijvoorbeeld aan de allereerste Formule Renault-test met Max Verstappen. “Op het Pembrey Circuit in Wales, met afgesloten toegangswegen om pottenkijkers buiten de deur te houden. Niet iedere succesvolle karter kan zomaar met een racewagen overweg. ’s Ochtends keek ik door het raam van mijn hotelkamer en zag ik extreme regenval. ‘Ik ben benieuwd,’ zei ik tegen mezelf. Niet veel later ging er een jongen de baan op die ongelooflijke dingen liet zien. Iedereen was zwaar onder de indruk, behalve hijzelf. Zulke herinneringen nemen ze mij nooit meer af en ik vind ze zelfs mooier dan de foto’s die ik die dag schoot.” Van Eldiks grote liefde heet Le Mans. “Ik was er dit jaar voor de dertigste keer en kan er zo intens van genieten. In dit vak moet je proberen dingen af te dwingen, zoals het benutten van een geweldige zonsondergang als achtergrond bij de racende auto’s, vooral die van je klanten. Het laatste stukje zakken gaat ontzettend snel en daarmee is je tijd beperkt. Wanneer je dan precies maakt wat je in je hoofd had, rijd je in de schemering met zo’n goed gevoel op je scooter terug. Je hebt niet altijd overal controle over, maar je moet het risico minimaliseren dat het niet lukt. Met één plaatje een heel verhaal vertellen, daar gaat het om. Iedere keer opnieuw de lat hoger leggen en die toch weer halen, dat vind ik het leukst. Hoe stressvol het ook is, daar voel ik op zo’n moment weinig van.”

Meer informatie: www.fritsvaneldik.com

Tekst: Aart van der Haagen & foto’s: Frits van Eldik

Wil jij ons magazine ook lezen? Meld je dan aan via “bestellen” op onze website: www.start84.nl

Lees meer