Het woord ‘betaalbaar’ duikt bij vrijwel iedere nieuwe raceklasse op, maar wat betekent het eigenlijk? Een aantrekkelijke vanafprijs zegt weinig wanneer daarna nog verplichte pakketten, kostbare onderdelen of onverwacht hoge running costs volgen. De Volkswagen Polo Cup Benelux wil daar vanaf 2027 bewust anders mee omgaan en vooraf duidelijk maken wat een auto én een volledig raceseizoen daadwerkelijk kosten. Tegelijkertijd moet de Polo een volwaardige raceauto blijven, waarmee ook over de grens volop competitie kan worden gezocht. Initiatiefnemer Niels Molkenboer: “Betaalbaar is pas geloofwaardig wanneer de eindprijs hetzelfde verhaal vertelt als de advertentie.”

De Europese markt voor merkencups is volop in beweging. Nieuwe kampioenschappen verschijnen, fabrikanten investeren opnieuw in klantensport en voor coureurs is er meer te kiezen. Dat is goed nieuws, maar het maakt vergelijken niet automatisch gemakkelijker. “Als je om je heen kijkt, zegt bijna iedereen dat ze een betaalbare raceauto of een betaalbare Cup aanbieden,” zegt Niels Molkenboer. “Maar er zijn er uiteindelijk maar weinig waarbij je vooraf precies weet wat het complete plaatje kost. Een vanafprijs van een auto zegt mij niet zoveel als er daarna nog een pakket bij moet om hem daadwerkelijk te kunnen gebruiken. En bij running costs zie je precies hetzelfde. Er wordt een aantrekkelijk bedrag genoemd, maar vervolgens blijkt dat ook weer een vanafprijs te zijn.”
De Volkswagen Polo Cup Benelux wil het bewust anders aanpakken. Een Volkswagen Polo Cup kost € 72.950 exclusief btw. Met airjacks bedraagt de prijs € 74.950 exclusief btw. “Als iemand mij vraagt wat een Polo kost, wil ik hem niet eerst een aantrekkelijk laag bedrag noemen en daarna vertellen welke pakketten hij nog moet aanschaffen,” aldus Molkenboer. “Ik wil gewoon zeggen: dit is de auto en dit kost hij. Dan weet je waar je aan toe bent.” Diezelfde benadering geldt voor het racen zelf. Een volledig seizoen van zes raceweekenden in de Polo Cup Benelux kan voor € 60.000 worden gereden op basis van een eigen auto, uiteraard exclusief schade. “Als wij zeggen: zes raceweekenden € 60.000, dan bedoelen we niet € 60.000 plus allerlei verplichte kosten die later nog tevoorschijn komen. Als je het afgesproken bedrag overmaakt, kun je die zes raceweekenden rijden.”

Ook ná de aankoop
De werkelijke kosten van autosport worden niet alleen bepaald door de aanschafprijs en het inschrijfgeld. Ook onderdelen, banden, remmen, onderhoud en eventuele schade tellen zwaar mee. Een velg voor de Polo kost bijvoorbeeld circa € 259, een ledkoplamp € 299, een deur € 289, een band € 249 en een set remblokken circa € 399. “Een goedkope raceauto met extreem dure onderdelen is uiteindelijk geen goedkope raceauto,” stelt Molkenboer. “Je moet kijken naar het hele verhaal. Aanschaf, banden, remmen, onderhoud, schade en running costs. Dán weet je pas of iets echt betaalbaar is.” Daarmee speelt nog iets anders mee: coureurs moeten met de auto’s durven racen. Een gevecht om een positie mag niet worden bepaald door de angst dat een beschadigde deur, velg of ander onderdeel meteen een groot deel van het budget opslokt. Volgens Molkenboer kun je raceklassen daarom pas eerlijk vergelijken wanneer het volledige kostenplaatje bekend is. “Een raceauto van bijvoorbeeld € 70.000 kan uiteindelijk duurder zijn dan eentje van € 80.000 als je bij de eerste nog allerlei zaken moet bijkopen of de running costs veel hoger liggen. Daarom wil ik eigenlijk niet alleen zeggen dat de Polo ‘betaalbaar’ is. Ik wil laten zien wat hij kost.”

Goedkoper én sneller
De nadruk op kosten betekent niet dat de Polo als budget-raceauto moet worden gezien. Onder de carrosserie zit een auto die volledig voor circuitgebruik is ontwikkeld. Een laag gewicht, voorwielaandrijving en een sequentiële raceversnellingsbak bepalen het karakter. Rijders die inmiddels met de auto hebben gereden, vergelijken het gevoel eerder met een TCR-auto dan met een traditionele merkencupauto. Fabian Schoonhoven omschreef de Polo na zijn eerste ervaringen niet voor niets als een ‘mini-TCR’. Daarmee ontstaat een interessante vergelijking met de nieuwe BMW M2 Racing. BMW heeft voor 2027 een officiële Nederlandse M2 Cup aangekondigd met 25 auto’s en zes raceweekenden op Zandvoort, Assen, Zolder en Spa-Francorchamps. De Polo is goedkoper in aanschaf en volgens de tot nu toe gereden vergelijkingen bovendien ongeveer twee seconden per ronde sneller dan de BMW M2 Racing. “Dat vind ik uiteindelijk het mooie aan deze auto,” zegt Molkenboer. “We hoeven betaalbaarheid niet te bereiken door een langzame auto neer te zetten. Je krijgt juist een echte raceauto. We kunnen over specificaties blijven praten, maar uiteindelijk vertelt de stopwatch het belangrijkste verhaal.”

Veertig auto’s in Duitsland
Minstens zo belangrijk voor de toekomst van het concept is wat er buiten de Benelux gebeurt. In Duitsland zijn inmiddels veertig Polo Cup-auto’s verkocht. De Duitse en Benelux-auto’s hebben dezelfde technische specificaties, waardoor één auto in beide kampioenschappen kan worden ingezet. “Dat vind ik misschien wel één van onze grootste voordelen,” zegt Molkenboer. “Als je zes weekenden wilt rijden, hebben we hier een compleet kampioenschap. Wil je meer kilometers maken en tegen een groter veld uitkomen, dan heb je die mogelijkheid ook.” Daarmee koopt een coureur geen raceauto die uitsluitend voor één nationaal kampioenschap interessant is. Dezelfde investering biedt toegang tot een veel grotere internationale pool van identieke Polo’s en vergroot tegelijkertijd de kans op gastrijders in de Benelux. “Je kunt met dezelfde auto veel meer doen,” aldus Molkenboer. “Geen nieuwe auto kopen of een andere technische specificatie bouwen. Dat maakt het concept juist interessant.”

Professioneel zonder de hoofdprijs
Aan de professionele kant van het kampioenschap wordt ondertussen niet ingeleverd. Ook de Polo Cup Benelux rijdt binnen de organisatie van V-Max en krijgt hospitality, media-aandacht en livestreaming. Daarmee worden de zaken die tegenwoordig van een professionele merkencup worden verwacht gecombineerd met een concept waarbij de kosten vooraf inzichtelijk moeten blijven. “Ik heb er geen moeite mee dat autosport geld kost. Iedereen die racet weet dat,” zegt Molkenboer. “Waar ik wel moeite mee heb, is een bedrag communiceren dat in de praktijk niet het bedrag blijkt te zijn waarmee je kunt racen. Als iets € 60.000 kost, zeg dan € 60.000. Niet € 45.000 vanaf en vervolgens nog € 15.000 aan zaken die je toch verplicht nodig hebt.”

Laat de rijder zelf vergelijken
Uiteindelijk wil de Polo Cup Benelux de potentiële deelnemer vooral zelf laten rekenen. Wat kost de auto? Wat kost een volledig seizoen? Wat kosten onderdelen, hoeveel wedstrijden kun je rijden en wat krijg je daarvoor terug? “Wij zeggen ook dat de Polo betaalbaar is,” aldus Molkenboer. “Het verschil is dat we vooraf duidelijk maken wat je krijgt en wat het daadwerkelijk kost. Daarna mag iedereen zelf gaan vergelijken.” Geen vanafprijs en geen verplicht pakket dat later tevoorschijn komt. Gewoon vooraf vertellen wat racen kost. Want ‘betaalbaar’ wordt pas geloofwaardig wanneer de eindprijs hetzelfde verhaal vertelt als de advertentie.
Meer informatie: www.polo-cup.com
Tekst: Eric van de Hoek & foto’s: PR
Wil jij ons magazine ook lezen? Meld je dan aan via “bestellen” op onze website: www.start84.nl



























