De een vergaart zijn wijsheid in de schoolbanken en uit boekjes, de ander steekt alles op uit de praktijk. Andy Jaenen behoort stellig tot de laatste categorie. Door zijn carrière als marshal, coureur, organisator en spotter kent hij de autosport van binnen en buiten en het zaadje daarvoor werd geplant op zeer jeugdige leeftijd. “Ik stond als kind al overal met mijn neus bovenop.”

Rechtschapen, doortastend, serieus: zo kennen we Andy Jaenen, de man achter onder andere de Belcar Skylimit Sprint Cup en de Nürburgring Drift Cup. Tegelijkertijd kan hij kleurrijk uit de hoek komen met droge humor. Gevraagd naar zijn leeftijd (55) zegt hij: “Ik heb de sixties nog meegemaakt. Drie dagen weliswaar, maar toch. Negen maanden voor ik geboren werd kwam ik al op het circuit, want daar gingen mijn ouders vaak naartoe. Mijn vader was marshal en later hoofd van racecontrol op Zolder. Als kind voelde ik al een enorme drang om veel te weten te komen. Met een jaar of 8 zag ik in de Thierry Boutsen Chicane een auto van de baan vliegen en een sprong door het zand maken. In de kleine tent van het team sprak ik de coureur aan: ‘Je hebt veel geluk gehad.’ Direct stuurde hij mij weg. Daarna kwam zijn monteur naar mij toe. ‘Wat heb je gezien? Waar is dat gebeurd?’ Bleek hem door de rijder wijsgemaakt dat de afstelling niet deugde, in plaats van dat die kerel zijn eigen fout toegaf. Ik raakte steeds meer geïnteresseerd in incidenten en vooral de toedracht ervan. Op mijn 18e ging ik als trackmarshal aan de slag, met volle overgave. In het eerste jaar was ik het meest aanwezig van iedereen. Het leukst vond ik het ritje ’s ochtends naar de post en terug aan het eind van de dag, want dat gaf me de unieke kans om op het circuit te rijden.”

Talentenjacht
Zelf racen zat er aanvankelijk niet in. “Het ontbrak me aan de financiële mogelijkheden en ik was ook geen enorme sportman.” Er vormt zich een grijns van zelfspot. “Het uiterlijk van een coureur heb ik nooit gehad. Op mijn 22e greep ik echter mijn kans, toen het tijdschrift Panorama een talentenjacht organiseerde. Je moest in je eigen auto een aantal circuitrondjes maken en dan werd je op je rijstijl beoordeeld. Daar ging ik, in mijn Peugeot 309 diesel en tot mijn verbazing eindigde ik in de topdrie binnen een selectie van 350 deelnemers. Zo mocht ik in een Suzuki Swift starten bij de Race Promotion Night, die ik tegenwoordig zelf organiseer. Een tienuursrace, waarin ik aan het eind nog de stint overnam van de bekende Belgische zanger Walter Grootaers van De Kreuners.” De prille coureurscarrière leek alweer dood te bloeden bij gebrek aan middelen, maar na een aantal maanden vestigde Jaenen zijn hoop op zijn vakantiegeld. “Toen ik tijdens een training stond te vlaggen in de Villeneuvebocht, stopte Mario Bormans, bekend uit het EK Formule Opel Lotus. Hij zocht een tweede rijder voor Omega 3000-24V in de Zolder Touring Cup en wilde mij wel een kans geven. Mijn budget zou toereikend zijn om de eerste twee wedstrijden mee te maken.”

Klappen
De eerste race in Zolder paste volgens Jaenen maar ternauwernood in de agenda. “We spraken af dat ik zou starten, want ik werkte in een plasticfabriek en moest op zondagavond om zes uur de ploegendienst in. Ondanks een klein foutje ging de wedstrijd best goed, maar doordat ik geen gsm had, wist ik niets van de uitslag. Toen ik de volgende ochtend om half zeven thuiskwam, stond er een trofee op tafel: de derde prijs in onze klasse. Daarna kwam Spa, dat ik alleen kende vanuit mijn ervaring als marshal, maar niet als rijder. Het circuit was toen nog deels openbare weg, dus trainen kon je er amper en in mijn kwalificatie zwaaide na drie ronden al de rode vlag wegens een crash. Nadat Mario aan de eerste stint begon en al gauw op de derde plek lag, werd ik hoe langer, hoe nerveuzer. Zeker toen ik echter het stuur kroop en bij het verlaten van de pitlane mijn vader bij de vangrail zag staan, die er als hoofd van de trackmarshals bepaald niet happig op was dat ik ging racen. ‘Als je ooit door een accident in het ziekenhuis belandt, krijg je er van mij een paar klappen bij,’ riep hij weleens. Op P3 nam ik de Opel Omega van Mario over en die positie wist ik te handhaven. Het signaal dat ik misschien toch meer kon dan ik zelf dacht.”

Lekker dwars
Als je iedereen kent en de meeste mensen te vriend houdt, gaan er deuren open. “Tot en met 2004 heb ik twaalf mooie racejaren beleefd, met als hoogtepunten klassepodiums in de 24 Uur van Zolder met veelal BMW’s en de kampioenstitel in de Touring Cup met de Opel Manta van een Duits team. Ik vond altijd mogelijkheden om te kunnen instappen. Iedereen wist wie ik was en dat ik de boel niet kapotreed. Als een team een tweede rijder miste, werd ik dikwijls gevraagd. In de latere jaren negentig raakte ik betrokken bij trainingsavonden op Zolder, waar ik als instructeur onervaren mensen zonder licentie mocht begeleiden. Toen het circuit deze trackdays in 1999 uit handen wilde geven, kwam ik samen met de succesvolle coureur Erik Bruynoghe in de gelegenheid om ze over te nemen. Daaruit volgde in 2003 het eerste driftevenement. Een paar deelnemers deden namelijk niks liever dan de eerste bocht naar links lekker dwars nemen en dat zag racecontrol niet graag. De andere aanwezigen vonden die rokende banden echter prachtig. Daarop besloot ik aan het eind van de evenementen een driftuurtje te houden, wat later drie tot vier keer per jaar een dag werd. Daar kwamen zelfs bekende namen als Remmo Niezen en Paul Vlasblom op af, die twintig tot dertig mensen meebrachten. In 2004 organiseerde ik de eerste driftwedstrijd en weet je wie die won? Jaap van Lagen.”

Niet legaal genoeg
Een professionaliseringsslag, mede om de incentivemarkt te kunnen bedienen, resulteerde in 2006 in Skylimit Events. “Jo Lammens kwam er als nieuwe vennoot erbij. Hij ontfermde zich over de huurwagens, want dat lag mij niet: ik ben geen monteur. Ondertussen kostte het steeds meer moeite om van Zolder en af en toe Raceway Venray nog toestemming te verkrijgen voor driftactiviteiten. Toen werd ik echter benaderd door bandenfabrikant Falken om iets voor de grote Duitse markt te gaan doen en zo ontstond in 2013 de Nürburgring Drift Cup, alweer jaren één van de meest standvaste kampioenschappen in Europa.” Rond 2008 al waagde Jaenen een dappere poging om de Belgische autorensport te democratiseren. “De Belcar was onderhand uitgegroeid tot een GT3-kampioenschap en daaronder bestond eigenlijk niets meer, daarom ging ik onder de vlag van de Provinciale Autosport Club Limburg laagdrempelige wedstrijdjes organiseren op Zolder. Na drie jaar drukte de RACB dat de kop in, want zijn vond het allemaal niet legaal genoeg. De honger bleef echter. Toen in 2014 de 24 Uur van Zolder bijna ten dode opgeschreven was, kreeg ik carte blanche om die nieuw leven in te blazen. Ik bracht het succes terug door de wedstrijd toegankelijk te maken voor kleine teams en de heel dure auto’s te verbannen.”

Doorbraak
Jarenlang werkte Andy Jaenen voor de Belcar, maar het idee van een instapklasse bleef door zijn hoofd spoken. De coronapandemie zorgde onverwacht voor een doorbraak. “In de loop van 2020 werden veel activiteiten geannuleerd en dat gaf voor 2021 onzekerheid rondom grote evenementen als de 24 Uur van Zolder en het New Race Festival, want er meldden zich weinig kandidaten voor de voorprogramma’s. Ik had al een paar keer het idee geopperd om breedtesport te faciliteren, maar tracktime kost veel geld. Nu Circuit Zolder naar een nevenprogramma zocht, veranderde de situatie. In aanloop naar de eerste race moesten we de inschrijvingen stoppen bij 55, want er mochten er slechts vijftig tegelijk de baan op.” Het betekende een vliegende start voor de Belcar Skylimit Sprint Cup, maar de nationale autosportbond bekeek de ontwikkelingen met argusogen, zeker omdat Jaenen vanuit het verleden met min-één achter stond. “De technisch commissarissen keurden auto’s af die enkele maanden daarvoor nog gewoon gereden hadden. Toch maakte het succes duidelijk dat we een leegte opvulden en merkte de RACB dat we heel serieus bezig waren.” Nieuwe bakens verzet de vasthoudende organisator met een driftdag op Circuit Zolder, donderdag 18 december. “Het aantal inschrijvingen staat nu op negentig, dus wie weet zit er op termijn weer een Belgische competitie in.”

Felipe Massa
Ook al lopen de meeste activiteiten van Skylimit Events als een trein, Andy Jaenen haalt welhaast nóg meer voldoening uit zijn werk als spotter bij de 24-uursraces van Le Mans en Daytona, waaronder in het recente verleden voor Jeroen Bleekemolen. “Het begon in 2014, toen Anthony Kumpen me vroeg voor de NASCAR Whelen Euro Series, omdat ik als één van de weinige Belgen veel ervaring met deze tak van sport had, vanaf de zijlijn. Dat jaar en ook in 2015 en 2016 kon ik zijn team mede aan de overwinning helpen. Je kijkt als het ware mee over de schouder van de coureur en geeft hem aanwijzingen voor in het verkeer op de baan. Op Daytona zie je letterlijk iedere meter van de piste. In januari mocht ik daar zelfs Felipe Massa begeleiden, die sinds zijn Formule 1-ongeluk in Hongarije kampt met een afwijking aan zijn zicht en sowieso nog nooit in het donker had geracet. Ik gaf hem waardevolle tips en na afloop vertelde hij dat hij daardoor zoveel beter was gaan rijden tijdens de wedstrijd. Dat maakte me heel trots. Als ik terugkijk naar waar ik oorspronkelijk vandaan kom, kan ik zeggen dat de cirkel rond is. Ik heb nooit les in de autosport gehad en zelfs niet eens een racecursus gedaan, want in mijn tijd verkreeg je op basis van resultaten op clubniveau een nationale of internationale licentie.” Duidelijk een man van de praktijk… en dat werkt.
Meer informatie: www.belcarsprintcup.be
Tekst: Aart van der Haagen & foto’s: PR


Wil jij ons magazine ook lezen? Meld je dan aan via “bestellen” op onze website: www.start84.nl

























