Coureurs die in de Formule Vee, Formule Ford of Formule Opel Lotus geschoold zijn, zullen beamen dat je daar de essentie van het pure racen ervaart. Stuk voor stuk klassen die helaas in een geschiedenisboek thuishoren, maar gelukkig mogen ze hier en daar nog optreden en nostalgische sentimenten opwekken, zoals bij de HARC tijdens de Historic Zandvoort Trophy.

Ooit was het ondenkbaar: Formule Vee, Formule Ford en Formule Opel Lotus samen in één veld. In het weekend van 16 en 17 mei aanstaande gaat het echter wel degelijk gebeuren. “We wilden heel graag monopostoraces opnemen in het programma van de Historic Zandvoort Trophy,” verklaart Onno Vlaanderen, voorzitter van de HARC. “Die passen bij onze tradities en vormen een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de autorensport. Vele beroemde coureurs die de Formule 1 bereikten, begonnen hier hun carrière.” Vrijwel iedereen die vroeger vanuit de duinen de wedstrijden op Circuit Zandvoort gadesloeg, zal warme herinneringen bewaren aan deze instapklassen, waar alles draait om pijlvormige single-seaters met open wielen en achter de stuurman huis-tuin-en-keukentechniek van brave consumentenauto’s, zij het hevig getuned door ware kunstenaars in mechanische processen. De HARC geeft hen een warm onthaal tijdens de Historic Zandvoort Trophy, maar stuitte bij het van de grond tillen van de gemixte serie op enkele uitdagingen. Vlaanderen: “Ten eerste lag er de vraag of al deze formulewagens bij elkaar in één veld zouden kunnen, ook vanwege de verschillende generaties. Dat bleek mogelijk, maar we moesten een aanvullend reglement schrijven.”

Geluidskwestie
Daarnaast speelt de geluidskwestie. “Tijdens de Historic Zandvoort Trophy loopt het misschien wel los, gezien de bezetting,” vertelt Haico van der Heijden, specialist techniek en duurzaamheid bij de HARC. “Wij kijken echter ook verder dan dit evenement en de eisen worden op de diverse circuits steeds strikter nageleefd, daarom organiseren we op de vrijdag voor het HZT-weekend een geluidstest. Dat doen we in samenwerking met JM Tuning uit Schagen, dat rvs-uitlaatsystemen op maat maakt voor allerlei toepassingen, zoals de racerij. Dit bedrijf heeft een heel korte demper van enkele tientallen centimeters lang ontwikkeld, die je ook bij formulewagens met de motor achterin vrij gemakkelijk kunt toevoegen. Deze bevat absorptiemateriaal en er loopt een geperforeerd stuk uitlaatpijp doorheen, waardoor geen vermogensverlies optreedt, terwijl de demping naar onze verwachting het geluid met drie tot vijf decibel kan verminderen. Vaak zitten de single-seaters net op het randje en is het al voldoende om één à twee decibel te winnen. De HARC stelt deze test open voor formule- en toerwagens, met het doel rijders ervan bewust te maken dat het probleem op te lossen valt tegen behapbare kosten. Reken voor zo’n demper op een paar honderd euro.”

Verrassing
Mark Spanbroek, die samen met zijn zoon twee Formule Vee’s bezit, is binnen de vanuit Duitsland geïnitieerde vereniging Historischen Formel Vau Europa een enthousiaste aanjager van internationaal racen en probeert andere eigenaren te interesseren voor het HZT-weekend. “Het zal wat lastig worden, want in het weekend daarvoor valt onze openingsrace in Hockenheim en er gaat bij zulke klassiekers nu eenmaal weleens wat kapot. Ik hoop in ieder geval enkele Nederlanders te kunnen optrommelen. Als ik het zo inschat, hebben we maximaal tien rijdende Formule Vee’s in ons land. De rest, enkele tientallen hooguit, staat in collecties of ligt uit elkaar.” Het impliceert dat dit stukje autosporthistorie in beperkte kring leeft, maar daar is de toewijding wel groot. “Er houden zich best wat mensen met restauraties bezig, volgens mij. Formule Vee heeft per slot van rekening een rijke geschiedenis. Ben Pon en Gijs van Lennep zetten de klasse hier halverwege de jaren zestig op de kaart en er kwamen vele bekende namen aan de start, onder wie Leo Steenbergen en Arie Luyendyk, die allebei een keer West-Europees kampioen werden.” Als verrassing zal de winnende auto van laatstgenoemde, een Lola Super Vee uit 1977, herleven tijdens het HZT-weekend.

Echt specialistenwerk
Het tijdperk van de Formule Vee en de snellere Super Vee duurde tot in het begin van het nieuwe millennium en kenmerkt zich door tweemaal een drastische wijziging in de technische configuratie. Spanbroek: “Oorspronkelijk reed iedereen met luchtgekoelde Volkswagen-boxermotoren, afhankelijk van de klasse van 1200 tot 1600 cc en van een enkele carburateur tot wel vier stuks. Moet je nagaan dat Jaap van Hoorn, zelf oud-coureur, het vermogen van 36 naar 110 pk kon opschroeven. Echt specialistenwerk en zijn opvolger Jan Tjassing is eigenlijk de enige in Nederland die dat nog doet. Ik heb het weleens aan ervaren Porsche 356-monteurs gevraagd, maar die branden er hun vingers niet aan. In de loop van de jaren zeventig mochten de teams naar waterkoeling overschakelen, wat het tunen veel makkelijker maakt en minder thermische problemen geeft. Luchtkoelers krijgen veel eerder last van oververhitting. Die moet je voor de wedstrijd echt niet even rustig laten warmdraaien: direct instappen en gas erop. In de jaren negentig maakten de boxers plaats voor lijnmotoren, namelijk 1600-zestienkleppers.” Formule Vee kende in Nederland grote successen en volgens Spanbroek kwam dat door de combinatie van zeer capabele coureurs, de legendarische motorenbouwer Zöllner en een aantal uitstekende chassisbouwers, zoals Kaimann, Lola, Austro en Beach. “In de hoogtijdagen had je twaalf startrijen en stonden de auto’s soms met z’n drieën naast elkaar.”

Lastig te activeren
Wilco Ibes organiseerde in het verleden (tot eind 2024) de serie FFR-FOR, die onderdak gaf aan Formule Ford 1600, 2000, Zetec en Formule Opel Lotus. Een nichemarkt, zo weet hij uit ervaring. “Waarschijnlijk staan er veel meer auto’s in schuren dan wij denken. Af en toe komt er wat tevoorschijn tijdens clubdagen of zo, maar het blijkt lastig om die mensen te activeren. Als ik een ruwe schatting moet geven van de aantallen rijklare exemplaren in Nederland, zou ik zeggen: tien à vijftien Formule Opels, twintig à dertig Formule Fords 1600 en ook ongeveer zoveel 2000’s. Van de Zetecs zullen de meeste exemplaren naar het buitenland vertrokken zijn, sinds het verdwijnen van het Benelux-kampioenschap.” Ibes vindt het spijtig dat zulke single-seaters tegenwoordig nog zo weinig belangstelling genieten. “Ik heb me vaak afgevraagd hoe dat komt. Voor een belangrijk deel ligt de verklaring in het wegvallen van de ondersteuning door de fabrikanten. Verder denken mensen dat het racen met formulewagens veel meer kost dan met toerwagens, terwijl dat in deze gevallen juist andersom is. Als je er een hoek af rijdt, wissel je in een uurtje de draagarmen. Loopt je BMW een kromme neus op, dan moet je die opnieuw opbouwen.”

Frappant verschil
Vanzelfsprekend bestaat er een wezenlijk onderscheid tussen een Formule Ford en een Formule Opel Lotus en het meest frappante verschil zit aan de kant van de chassisbouwers. “General Motors nam het hele project en het kampioenschap zelf in beheer en schakelde één partner in om de auto’s te ontwikkelen en te fabriceren, namelijk Reynard Motorsport in Engeland. Na de seizoenen 1988 tot en met 1991 verhuisde de hele productie in 1992 naar Schübel Engineering Duitsland. Dat duurde twee jaar, tot wij het onder de naam Vortex Motorsport voortzetten tot en met het einde van deze serie, in 2000. De auto’s hebben altijd vleugelwerk en altijd dezelfde motor: de C20XE, oftewel een tweeliter zestienklepper uit de Opel Kadett GSi.” Bij Formule Ford zat de structuur heel anders in elkaar, zo schetst Ibes. “Dat waren veel meer open kampioenschappen, waarbij deelnemers zelf hun chassisbouwer mochten kiezen, bijvoorbeeld Reynard, Van Diemen of Mygale.” Het avontuur begon in 1966 met de FF 1600, die zijn Kent-motor tot begin jaren negentig behield, waarna de Zetec het estafettestokje overnam. In de gevleugelde FF 2000’s doet een Pinto-blok dienst. Kortom, genoeg variatie met al die verschillende generaties Formule Vee, Ford en Opel Lotus tijdens de Historic Zandvoort Trophy. Hopelijk haalt de HARC een bonte mix binnen.
Meer informatie: www.harc.nl
Tekst: Aart van der Haagen & foto’s: Rudolf Dieben, Pim van de Werd e.a.
Wil jij ons magazine ook lezen? Meld je dan aan via “bestellen” op onze website: www.start84.nl


























