Je hoort vaak discussie over wat het mooiste circuit zou zijn, maar het gaat zelden over het meest uitdagende parcours. Dat is met afstand de Nürburgring. Zaterdag 21 maart keek ik met veel plezier naar de NLS-race met Max Verstappen in de hoofdrol. Hij had er zin in, begreep ik uit een interview. Lekker scheuren wilde hij en dat deed hij. Hij haalde alles uit zijn Mercedes-AMG GT3 en won, samen met zijn twee teammaten. Wel met sterke concurrentie, want hij lag nooit ver voor. Deze vieruursrace vormde natuurlijk een ideale voorbereiding op de 24 Uur van de Nürburgring, eind mei. Het circuit is zo uitdagend vanwege de lengte van 25 kilometer (zeg maar zesmaal Zandvoort), wanneer Nordschleife en Grand-Prix-Strecke worden samengevoegd voor endurance. Wil je alles uit je auto halen, dan moet je de baan perfect kennen.

Een tijdje geleden wilden wij ons meten met sterke velden. Wij reden de voorloper van de 24H, de 36H, maar ook de 72H. Ik deed dat vooral samen met Fred Frankenhout. Normaal waren wij precies even snel en door constante tijden konden wij goed meekomen. We zaten in onze Opel-periode met de Ascona 1900 SR, Manta 1900 SR en Kadet 1900, tegen concurrenten als Alfa’s en BMW’s. Daarbij gingen we voor het plezier van het scheuren en genoten we met volle teugen. Meest markant was een 36-uursrace waar het in de avond begon te misten. Je zag nog maar weinig en we verwachtten dat de race gestopt zou worden, maar achteraf bleek dat wij er zelf de oorzaak van waren dat iedereen doorreed. Wij zetten nog heel behoorlijke tijden neer en de organisatie redeneerde: ‘Wenn die Holländer es können, dann geht es!’ Veel auto’s lapten we iedere drie ronden en we waren verreweg de snelsten op de baan. Soms hadden we een rijtje deelnemers achter ons, die zich oriënteerden op onze achterlichten. Even geen lampen en we waren weer alleen. Na afloop werd een technisch protest ingediend. Binnen twee uur lagen alle te meten onderdelen klaar en niet alleen de makkelijkste. De cardanoverbrenging, tandwielen van de bak, drijfstangen, cilinderkop… Kortom, we trokken de auto helemaal uit elkaar. Dat hadden ze nog nooit meegemaakt en alles bleek conform. Wij konden dat. Niet slecht als klein team in een tijd dat het vooral amateursport was. Zo’n tien jaar geleden ontstond interesse bij de fabrieken, zoals Mercedes-AMG in het geval van Max. Het zijn andere wedstrijden geworden.
Met de Kadett reden we de Marathon de la Route van 72 uur. Een uur voor de finish vielen we uit, doordat we geen hele ronde meer konden rijden zonder water en olie bij te vullen. Toch een belevenis. Bij dat evenement had je een vaste pittijd, net genoeg om te tanken en banden te wisselen. Ging je daar overheen, dan werd voor iedere minuut langer een ronde van je totaal afgetrokken. Dat betekende dus onderweg sleutelen. We voelden ons Max Verstappen die nog lang niet geboren was. Het plezier van het scheuren, dus. Tijden zijn veranderd. Of het nu nog zou kunnen, weet ik niet. Toen ging het wel en tegen redelijke kosten. Nu gaan we naar Max kijken. Dat is betaalbaar en het voelt alsof wij (Nederlanders) daar rijden. Lekker, toch? In onze tijd – de jaren zeventig – was de baan nog langer, want we reden ook de Sudschleife van zeven kilometer. De rondetijden van toen kun je dus niet met die van nu vergelijken.
Meer informatie: www.dnrt.nl
Wil jij ons magazine ook lezen? Meld je dan aan via “bestellen” op onze website: www.start84.nl


























