De minst voorspelbare sport

Er is niets veranderlijker dan autosport. Je kunt heel veel dingen voorspellen, maar de racerij valt daar niet onder. Dat bleek in de Formule 1 afgelopen jaar ook weer het geval. Iedereen had je gek verklaard als je na Zandvoort zei dat Max Verstappen nog kans maakte om wereldkampioen te worden. Het zijn de momenten waarop ik denk: dit maakt onze sport zo interessant. Je kunt bij wijze van spreken een hele wedstrijd op kop rijden en in de laatste ronde uitvallen op een ventieldopje. Ook zie je dat het draait om onder druk presteren, om blijven ontwikkelen, om veranderende condities en om mindset. Ik kan het heel makkelijk uitleggen, want ik zit nu 37 jaar in de autosport. Racen doe ik sinds mijn 17e. Gekart? Dat nooit, want daar hadden we de centen niet voor. Ik heb het nog steeds naar mijn zin in de autosport en dat komt doordat deze non-stop verandert. Als alles hetzelfde zou blijven, was ik wat anders gaan doen in mijn leven, denk ik.

Kijk naar de Formule 1. Die zagen we de afgelopen jaren enorm veranderen. Toen Bernie Ecclestone de boel nog in handen had, werd het gebeuren per jaar drie jaar ouder. Sociale media waren verboden. Men werd al gek als ik alleen maar een filmpje in de paddock maakte. ‘Dit is de nieuwe wereld,’ zei ik. ‘Hier moet je juist naartoe.’ Toen lieten ze dat in één keer los. Sociale media werden omarmd en Netflix kwam erbij. Sindsdien ging Formule 1 als een raket. De teams zijn in één keer geld waard en dan hebben we het over honderden miljoenen. Hoe kan dat, denk ik dan, als ze amper winst maken? Dat komt doordat er altijd wel iets gebeurt. Zelfs in de winterstop doet een coureur wel iets, schreeuwt één van de teams weer eens wat of wordt een Christian Horner eruit geslingerd. Er is altijd wat en overal waar ik binnenkom kunnen mensen over de Formule 1 meepraten. Dat helpt ons allemaal. Ik merk dat autosport superhoog op het prioriteitenlijstje staat bij mensen. Daardoor hebben Tim en ik weer sponsoring om aan Dakar mee te doen.

Er bestaat geen grotere marketingmachine dan de Formule 1. Het doet net zoveel als de Olympische Spelen, terwijl het in plaats van eens per vier jaar 24 weekenden per seizoen op je televisie verschijnt. De aandacht van mensen, de sponsoren; ik vind het mooi om te zien. Je kunt het een beetje vergelijken met American football. Wat is een team waard? In eerste instantie wat de gek ervoor geeft, maar daarnaast geeft het hele circus ook waarde. Als we dan terugblikken op dit seizoen, dacht je tijdens de zomer: ‘Nou ja, McLaren wordt wereldkampioen. Tot ziens, we hoeven niet meer te kijken.’ Totdat een Nederlander genaamd Max Verstappen de hele boel toch weer naar het volgende niveau trok. Daardoor bleven we aan de buis gekluisterd tot de laatste ronde en was de laatste race in Abu Dhabi volledig uitverkocht. Het mooie hiervan is dat het de autosport in de hele breedte vooruithelpt, ongeacht of er nou in Nederland gereden wordt of dat het gaat om jonge talenten in het buitenland. Karting, autocross, het maakt niet uit. Racen is racen en ik vindt het mooi om te zien dat mijn leefwereld eigenlijk steeds breder wordt.”

Eat my Dust!

Wil jij ons magazine ook lezen? Meld je dan aan via “bestellen” op onze website: www.start84.nl