Erik van Loon schrok zich rot. Bij het inrijden van een speedzone ongeveer halverwege de vijfde etappe van de Dakar trapte hij zijn rempedaal tot tegen de plaat. Niks… In de special in het hooggebergte in Bolivia, waar natte sneeuw naar beneden dwarrelde, was het zonder remmen niet echt fijn rijden. Al pompend lukte het wel om de Mini onder controle te houden en na 80 kilometer deed alles het ineens weer. “Maar op die paden langs ravijnen van minstens een kilometer diep, heb ik niets geriskeerd.” Dat resulteerde in een veertiende tijd.

lll

De 327 kilometer lange special begon net over de grens van Argentinië naar Bolivia, en speelde zich af op grote hoogte. Het hoogste punt lag op 4700 meter. In de ijle lucht was het lastig rijden, vond Erik van Loon. “De auto verliest dan vermogen en reageert op veel dingen anders dan anders,” verklaarde hij na aankomst in Uyuni, waar het rond de finish een compleet gekkenhuis is.

Of de hoogte iets te maken heeft gehad met de weigerende remmen, of dat er een steentje tussen zat, is niet duidelijk. “Ineens deden ze het niet meer en ineens ook weer wel. Heel raar. Ik heb het met de Mitsubishi ook eens gehad dat er een steentje tussen zat. We hebben net even gekeken, maar er is niets raars te zien.”

Door de remproblemen verloren Van Loon en zijn navigator Wouter Rosegaar in het middenstuk van de special kostbare tijd. Op ruim 14 minuten van dagwinnaar Sébastien Loeb kwam hij over de finish, waar hij bijna de klok ondersteboven reed. “In het laatste stuk, toen we weer remmen hadden, heb ik nog wel wat kunnen goedmaken. Met twee veertiende plaatsen in de marathonetappe ben ik op zich niet ontevreden, maar er had veel meer ingezeten.”

aaa